werkwijze
projecten

onderwerpen

Fabula

Een fabel, mij onder de sterren voorgedragen door Emilio.

El cordero y el lobo

Uno de los corderos mamantones,
Que para los glotones
Se crían, sin salir jamás al prado,
Estando en la cabaña muy cerrado,
Vio por una rendija de la puerta
Que el caballero Lobo estaba alerta,
En silencio esperando astutamente
Una calva ocasión de echarla el diente.
Mas él, que bien seguro se miraba,
Así lo provocaba:
"Sepa usted, señor Lobo, que estoy preso,
Porque sabe el pastor que soy travieso;
Mas si él no fuese bobo,
No habría ya en el mundo ningún Lobo.
Pues yo corriendo libre por los cerros,
Sin pastores, ni perros,
Con sólo mi pujanza y valentía
Contigo y con tu raza acabaría.--
Adíos, exclamó el Lobo, mi esperanza
De regalar a mi vacía panza.
Cuando este miserable me provoca
Es señal de que se halla de mi boca
Tan libre como el cielo de ladrones."
Así son los cobardes fanfarrones,
Que se hacen en los puestos ventajosos
Más valentones cuanto más medrosos.

 

De fabel van het lam en de wolf

Een lammetje nog maar enkele weken oud,
dronk braaf zijn moeders schapenmelk
en groeide op voor schapenboud.
Nog nooit was hij in het veld geweest.
Hij bleef veilig in de beschutting van de stal
en hield zich liever bij zijn leest.
Toen zag hij op een dag Heer Wolf lopen.
Waakzaam en stiekem liep die rond de stal
te loeren en te kijken en te hopen
op een uitgelezen gelegenheid
voor een lapje lam met tevredenheid.
Maar het lammetje lachte hem uit
en trok achter de planken zijn gekste snuit.
"Weet wel, Heer Wolf", zo sneerde het lam,
"dat ik hier alleen maar zit,
omdat ik een keertje mijn gebit
op de herder uitprobeerde.
Was hij niet zo'n domme kerel,
dan was er geen wolf meer op de hele wereld,
dan gingen wij schapen te keer zo hard we konden,
zonder herders, zonder honden,
dan gingen we door met de moed en de kracht
van het machtige schapenras
tot er geen wolf meer over was",
zei het lam dat schaapachtig lachte.
"Zeg maar dag tegen de gedachte",
moest Heer Wolf wel concluderen,    
"vandaag een schaap te consumeren.
Wanneer ik dit stuk verdriet hier hoor,
dan is de kans dat ik hier eten scoor,
even groot, als dat een dief
naar binnen mag door de hemelpoort".
En zo gaat dat met iedere lafaard die zich veilig weet: Hoe banger ze zijn, hoe harder de scheet.


(Vertaling Casper de Jong)